You are hereDelegatie november 2009 / Delegatie november 2009 - 04

Delegatie november 2009 - 04


Maandag 23 november 09

In gezelschap van Gerd en Elba naar Rama Kay (Rama Key of Rama Cau) getuft.De schrijfwijze wil nogal eens verschillen, de uitspraak tambien: Malakaai, Malakie en nog wat tussenstappen.
Beetje geschiedenis? (even onbetrouwbaar als Wikipidia). Een eiland in de Escondido rivier, twee uur bootje varen van Bluefields. Al honderden jaren bewoond door indianen. Volgens de ene 500 jaar, volgens de andere met originele sjamaan looks, meer dan 600 jaar. (Ik ga voor het laatste en ik verdenk hem ervan dat hij er toen zelf bij was…).

Een groen eiland in de zon, omgeven door helder water, met wuivende palmbomen, met schaars geklede en oh zo mooie hoela hoepsters, die je met hun stralende perlas smile een bloemenkrans rond je zonverbrande nek hangen en je terloops vertellen dat je écht heel welkom bent….. NIETS IS WAT HET LIJKT.

Voor wie Rama Kay wil bezoeken, één goeie raad. Loop eerst wat rond in een andere pueblo. Vertrek vanuit het centro urbano (voor zover voorradig) naar de uithoeken ervan. Zo adapteer je en ga je mondjesmaat, je eigen ogen geloven. Maar doe niet zoals wij deden, Bruselas Managua Rama Bluefields in anderhalve dag, met verblijf in voor lokale normen zeer luxueuze hotels en dan ineens een volledige dag Rama Kay, met het vooruitzicht van een hangmatnacht in een lokale hut of onder de ijzerenplaten afdak, in het gezelschap van weliswaar doorvoede cerdos y cerdas (en ik heb het niet over mijn medereizigers) en graatmagere straathonden  (vlooienbakken). Dan is de confrontatie écht wel groot. Bij momenten té groot. Niet doen dus.

Onze ‘bota’ ‘meerde aan’ tussen spekgladde boomstammen en een aftandse latrine. Mala Kay is écht niet groot en dus bouwen ze hun purgeerinstallaties offshore, op een paar meters van het land, bereikbaar via een immer natte loopplank. (Ik vermoed dat je van opluchting dat je niet in het water bent gevallen, beter je gemak kan doen, por eso).

De eerste hut die je ziet heeft een open keuken waarin een aantal mujeres (van bisabuelos tot vastere chicas) druk in de weer zijn. Door de modder (De Boosere is een dikke leugenaar en ik dacht dat ’t regenseizoen over en out was…) en over een berg oesterschelpen bereiken we die eerste hut. Onze gastfamilie zo blijkt.
Het eiland, we schatten zo’n kleine 3 ha, (maar kunnen flagrant mis zijn) wordt bewoond door mas o menos 1200 mensen (mas o menos, we zullen het in Nicaragua nog zo vaak horen…).
Ze hebben een lokaal bestuur (een eilandraad maar zonder commercielezendergestuurde intriges)  en de pater familias van ons gastgezin is een soortement alcalde. De lokale Ludwig, antes “zeg maar jef”.

En  dan begint schoorvoetend onze verkenning. Allereerste indruk: als ze bij ons thuis met een man of vijf binnenvallen en zonder veel boe of ba ’t kot van onder tot boven verkennen, zet ik ze resoluut buiten, al dan niet met een gerichte saflet op hun tutter. Maar wij deden het toch, verder verkennen. En wat blijkt? De openkeukengeneratie  begint resoluut het door ons meegebrachte voedsel (wat zijn we toch een altruistische bende) klaar te maken.Ze zijn en blijven even vriendelijk, ook al lopen we duchtig onder (soms op) hun blote voeten.
De lokale kindergarten wijkt het eerst. Zoveel geflits zijn ze duidelijk niet gewoon. De nieuwsgierigheid van de inwonende pubers is eveneens snel bekoeld. Ze trekken zich terug met hun transistorradio. Julio Vanderkerken bezingt zijn Galiciaanse  roots. Muy bonito. El mundo es un panuelo (waar staat dat verrekte krulleke op Evert zijne laptop, en zijn accentstreepkes?), de verdad.
Onze exploracion gaat verder.
Gerd en Elba zijn de ervaren gidsen, maar goed ook want de weg is lang.
Kinderen, mooie kinderen, en allemaal met een lach van hier tot ginder, begeleiden ons.
Evenals de tientallen vlooienbakken, en links en rechts wat NGOgesponsorde varkens. De gatos zijn hier in de minderheid.

We zwelgen indrukken en mompelen links en rechts wat schuchtere hola’s. Ik voel me bekeken en ga me van langsom meer beschaamd voelen, met mijn waterdichte en modderbestendige stapzapatos. 

Wat me opvalt is dat er in armoede ook onderscheid is. Je ziet hier hutten, die naam niet waard, en wat verder gezellig ogende houten huisjes. Ik passeer een op eerste zicht leegstaand en halfafgewerkt krot, ik kom er tien minuten later opnieuw voorbij en zie dat het toch bewoond is. We komen voorbij een hok dat duchtig doempt en dan wordt de pompier in mij wakker, maar ’t is loos alarm. Hier staat de stroomgenerator, een aftandse diesel die vollenbak blauwe wolken de grijze lucht inloodst. Lawaai alom, en dat op drie meter van op zijn minst vier andere ‘woningen’. Bij ons bellen ze de politie als de muziek in je koptelefoon te hard staat.

We slenteren nog een uur of wat verder en worden de toestand een  beetje gewoon, hoewel, wat heet gewoon. Bekijk later de foto’s en oordeel zelf.

Wat later mogen we de vergadering van  Sano Y Salvo bijwonen.  Iedereen in een rechthoek, wij bedeesd vooraan, en dan de obligate stel je voor ronde. Iedereen, maar dan ook iedereen stelt zich voor. Dit duurt een tijdje, maar dat is hier het enige waar geen gebrek aan is, tijd.  Dan komt het openkeuken team binnen met potten en pannen en wordt het door ons meegebrachte, door hun klaargemaakte eten opgediend. Kip, soortement gallo pinto, aardappelen en nog ’t een en ’t ander, sla me dood ik weet niet meer wat, maar zonder friet.

Na ’t eten begint de vergadering ‘voor echt’ en mogen we er van onderuit muizen. We besluiten het eiland nog eens rond te tsjaffelen. We zoeken en vinden een idyllische plek met zeezicht. De immer aanwezige regen nemen we er bij. De scharrelende kippen en bazige haan rond ons vinden het ook leuk. Evert besluit een offshore latrine op te zoeken. Hij wil absoluut in zee kakken (zijn woorden, niet de mijne).

We lopen terug langs de vergadering en stellen met plezier vast dat Gerd zijn ding gedaan heeft. Hoog tijd trouwens, want het begint donker te worden. We moeten immers onze hangmatten nog hoog hangen. Overbodige bezorgdheid, blijkt wat later, want Gerd en Elba moeten dringend terug naar Nueva Guinea, nog diezelfde avond. Wij ook dus.

In recordtempo (du jamais vue op dit eiland peins ik) rugzakken ophalen, wat handen schudden en via diezelfde gladde boomstammen de klaarstaande sloep in. Ruime sop in.

Wreed donker, veel wind, bezorgde bedenkingen of dit wel de juiste beslissing is. Willen immers nog dolgraag thuiskomen. Na kwartierke besluiten ze boven ons dat het nu wel donker genoeg geweest is. Ze doen het licht aan. ‘In stoten’. Bliksem dus. Heerlijk om zien op National Geographic maar niet hier. De Rama nazaat (oorspronkelijke eilandbewoners) die voor mij zit begint zijn leven te vertellen. Ben best wel leergierig maar heb er momenteel minder behoefte aan. Dan gaat ook de douche open. Koud water zoals in casi elk hotel in Nicaragua maar met meer druk. Dekzeil erover en niet verder nadenken. Elk nadeel heb zijn voordeel zei ooit een hollands voetbalwonder met niet juist te schrijven naam en hij heeft gelijk. De Rama moet noodgedwongen zijn verhaal staken, hij zat meanwhile aan zijn eerste plechtige communie, en de bliksem is niet langer dreigend vermits niet meer zichtbaar. Alleen het geluid van de motor en wat nerveus gegiechel is nog hoorbaar. Het gegiechel stopt vrij snel. Het motorgeluid gelukkig niet. Overtocht duurt zo een goei twee uren maar het laatste half uur is daarboven het water op en gaat het zeil eraf. We praten en lachen weer. Wat waren we moedig.

Hoe de schipper in het donkere Bluefields de aanlegsteiger (naam is langer dan de steiger zelf vond is me tot dusver een raadsel. Maar hij deed het. Lang leve de schipper.
En wij door de havenbuurt (bezorgde moeders houden hier hun dochters achter slot en grendel) rastatown in, op zoek naar een herberg en wat eten (waar heb ik dat nog gehoord? ¨Pues, hier staan volop de kerstbomen kleurig te flikkeren, vandaar allicht).
Morgen terug naar Rama, bibliotheekbezoek in de hermandad van Mestriech. Mét de speedboot. Wéér een boot. Dedju.

 
Johan

Waaw, wat een zalig verhaal. Ben weer helemaal terug daar als ik dit lees...
Mas ó menos..dat gaan jullie inderdaad nog vaak horen de volgende dagen. En dat ook armoede een onderscheid heeft is vreemd om te ervaren.. maar dan altijd best weer een knop omdraaien in je hoofd.
Geniet ervan met volle teugen, hier is bijlange niet zoveel om zo'n ogen bij open te trekken. Je geraakt nog overprikkeld in zo'n land..

Groeten uit Sint-Truiden, waar het ook nat is...

Sofie